titel.jpg
text by Jan Dietvorst
Bij het afstuderen van Su Tomesen aan het Sandberg Instituut

VLAG

Het aantal Belgische vlaggen op de tentoonstelling ‘Visionair België’ in het Brusselse Palais des Beaux Arts was meer dan opvallend. Als bezoeker kreeg je de indruk dat met kunstwerken waarin het zwart, rood en goud van de nationale driekleur een rol spelen, met gemak een middelgrote temtoonstelling kan worden gevuld. De conclusie van ‘Visionair België’ zou al op voorhand kunnen zijn dat het geo-politieke concept ‘België’ een problematische is. Sinds 1817, het tijdstip waarop het land op het Congres van Wenen werd samengesteld, worstelt men zichtbaar met de vraag wie of wat een Belg is.

Het begrip ‘identiteit’ is inmiddels verworden tot het spook van de hedendaagse geschiedenis. Via wereldomvattende media staan alle nationaliteiten naar elkaar te kijken. De wetten van de markt brengen geholpen door de voortschrijdende techniek migratie op gang. Er is gedrang aan de grenzen en tumult in de binnenstad; het blijkt dat de gemeenschap van wereldburgers niet vanzelf ontstaat. Tegen de achtergrond daarvan lijkt het er soms op dat je je moet gaan afvragen wat een Nederlander is. Volkseigen is niet meer zo vanzelfsprekend als het eerst was. Dat Nederlanders praktisch ingestelde kustbewoners zijn die bijvoorbeeld zelfs als ongelovigen Sint Nicolaas en Kerstmis vieren, zegt niet meer genoeg. Noch het zogenaamde Oranje-gevoel of de gedeelde overtuiging van een maakbare samenleving. Misschien kenmerken de Nederlanders zich juist door de afwezigheid van de behoefte om zichzelf als zodanig te definiëren. Wij Nederlanders herkennen elkaar als eigen volk en daar lijkt alles mee te zijn gezegd.

Ook zonder dat iemand daar om vraagt is het goed om met de definitie van Nederland te beginnen. De performance ‘VLAG’ van Su Tomesen is een hypothetische aanzet daartoe. Zij doet ons een voorstel waarin de mogelijke vormende elementen van zoiets als nationale identiteit worden gehanteerd. VLAG heeft de structuur van een ceremonie. Met grote ernst wordt vooraf opgeroepen tot deelname aan deze symbolische voorstelling, de boodschap vertolkt met tromgeroffel gaat  naar de vier windrichtingen uit. In haar witte uniform treedt de kunstenaar eerder op als zinnebeeld dan als mens. Su Tomesen is in deze een bovenpersoonlijk werktuig. Het belang van deze publieke dienst komt al evenzeer tot uitdrukking in het enorme gereedschap dat bij het hijsen van de zeer grote Nederlandse vlag wordt gebruikt. De spierkracht van vier volwassen jongemannen is nodig om het kleurige dundoek aan de industriële kraan op de NDSM-werf in Amsterdam Noord in top te krijgen. Het is een schitterend gezicht. Als dit ritueel ironie is, is het die van een superieure soort. Vlag, dat is oprecht veinzen. Het is erg jammer dat Mohammed B. deze aanzet tot nation-building niet heeft kunnen zien.

In een belendende ruimte laat Su Tomesen een diaserie zien waarin de heraldische kleuren keel, zilver en azuur waaruit de vlag is samengesteld, onnadrukkelijk in het straatbeeld aanwezig zijn. Soms als gewilde driekleur maar vaker nog als toevallige combinatie zonder metaforische bijbedoeling. Het blijkt dat de vlag als een soort van hidden persuader volop aanwezig is. In een gemeenschap die op drift lijkt, blijkt er wel degelijk sprake van verband. Ik denk dat wij met die vlag verder moeten. Deze ceremonie, dit kunstwerk doen iets voor ons land.

Kunst is een middel om te weten te komen hoe iets er uit ziet. Om te zien of iets werkt. En uiteindelijk gaat het er om kennis over onszelf te verwerven. De performance VLAG maakt die belofte waar.


Jan Dietvorst
Lid Examencommissie